
Mogen we cookies gebruiken om je ervaring nog beter te maken? Door “Accepteren” te selecteren, laat je ons weten dat je akkoord gaat met alle cookies, zoals uitgelegd in ons privacystatement.

Ziekenhuizen signaleren een zorgwekkende ontwikkeling: schimmelinfecties zijn steeds moeilijker te behandelen door toenemende resistentie tegen bestaande medicijnen. Een recent artikel in het Nederlandse NRC onderstreept deze trend, die ook internationaal steeds vaker wordt gesignaleerd.
Internationaal onderzoek laat zien dat deze zorg breder speelt. Met name het gebruik van azolen – een groep schimmelbestrijders die zowel in de landbouw als in de medische wereld wordt toegepast – staat hierbij centraal. Resistente varianten van Aspergillus fumigatus, een veelvoorkomende schimmel, worden inmiddels niet alleen aangetroffen bij patiënten, maar ook in de leefomgeving, zoals in bodem en plantaardig restmateriaal.
Opvallend is dat deze resistentie ook voorkomt bij patiënten die nooit eerder met antifungale medicatie zijn behandeld. Dat wijst erop dat de oorsprong van deze resistentie zich (deels) buiten het ziekenhuis bevindt. Europese en internationale studies spreken daarom van een ‘One Health’-vraagstuk, waarin landbouw, milieu en gezondheidszorg nauw met elkaar verbonden zijn.
Voor kwetsbare patiënten, zoals mensen met een verminderde weerstand, kan dit ernstige gevolgen hebben. Infecties met Aspergillus fumigatus kunnen leiden tot invasieve longinfecties, waarbij de behandelmogelijkheden beperkt zijn en de sterfte aanzienlijk kan oplopen. Juist omdat het aantal effectieve medicijnen beperkt is, heeft resistentie hier direct impact op de behandelbaarheid.
Tegelijkertijd is de wetenschap nog niet volledig eenduidig over de exacte bijdrage van landbouwgebruik aan resistentie in ziekenhuizen. Regionale verschillen zijn groot en ook andere factoren spelen een rol. Wat wel duidelijk is: het gebruik van vergelijkbare werkzame stoffen in verschillende sectoren creëert een gedeelde resistentiedruk.
Voor de voedselketen betekent dit dat duurzaamheid steeds breder wordt bekeken. Naast milieu-impact en opbrengst komt ook de relatie met volksgezondheid en de lange termijn weerbaarheid van teeltsystemen nadrukkelijker in beeld.
Deze ontwikkeling onderstreept het belang van teeltsystemen die minder afhankelijk zijn van synthetische schimmelbestrijders en bijdragen aan een robuuster ecosysteem. Daarmee raakt duurzaamheid niet alleen aan milieu, maar ook aan de bredere weerbaarheid van onze voedselketen en volksgezondheid.
Bronnen: EFSA (2025); Frontiers - Berger et al. (2017); Oxford Acadamic - Fengler et al. (2026); Science Direct - Verweij et al. (2020); MDPI Journal of Fungi - Zubovskaia (2025); RIVM (2018); NRC Handelsblad (2026).
Het overzeese druivenseizoen start medio december, maar de planning begint nu al. De belangstelling voor biologische druiven blijft sterk en onze telers willen graag tijdig weten welke volumes zij voor vaste programma’s kunnen reserveren. Door programma’s vooraf af te stemmen, kunnen we biologische volumes beter zekerstellen en hebben we bovendien een sterkere basis om straks scherp te offreren.
Aan de Oranjerivier in de Noord-Kaap van Zuid-Afrika ligt Carpe Diem, al jarenlang een vertrouwde partner voor onze biologische druiven. Eigenaar Gog van der Colff nam het familiebedrijf in 2000 over en koos in 2006 bewust voor biologische teelt. Wat begon als een stap waar aanvankelijk niet iedereen van overtuigd was, groeide uit tot een vooruitstrevend biologisch bedrijf met druiven, pecannoten en rozijnen.
El Niño heeft dit jaar duidelijk invloed op het Zuid-Amerikaanse mangoseizoen. Hogere temperaturen en afwijkende neerslagpatronen beïnvloeden de bloei en maken beschikbaarheid en oogstmomenten minder voorspelbaar.
Auteursrecht © Eosta | Webdesign: Pencilpoint - creatief in vorm & inhoud