Debatverslag: Wie gaat de ‘ware prijs’ betalen?

De toekomst van True Cost Accounting in Food, Farming and Finance

Op 4 december 2018 vond in Waddinxveen een debat op het hoogste niveau plaats over True Cost Accounting in landbouw, voeding en financiën. Koningin Máxima nam vanuit haar expertise als econoom deel aan het debat. Ook minister Carola Schouten, de President van de Nederlandsche Bank Klaas Knot, en Marjan Minnesma van Stichting Urgenda namen deel, samen met andere vertegenwoordigers van de financiële wereld, bedrijfsleven en wetenschap. In het debat werd besproken hoe 'ware prijzen' kunnen zorgen voor een transitie in het voedselsysteem en de economie in bredere zin. 

10 conclusies naar aanleiding van het debat:

  • Implementatie van True Cost Accounting zorgt ervoor duurzaam en gezond voedsel goedkoper wordt, terwijl niet-duurzaam en ongezond voedsel duurder wordt.
  • Verborgen kosten moeten niet op de consument verhaald worden, maar aan het begin van de keten, omdat dit zorgt voor de snelste verduurzaming en voor een afname van kosten.
  • De overheid moet ervoor zorgen dat schadelijke inputs duurder worden, volgens het algemeen geaccepteerde principe: de vervuiler betaalt.
  • De overheid moet subsidies en belastingvoordelen die nu naar naar vervuilende bedrijven als Shell gaan, opnieuw alloceren, zodat ze bij duurzame bedrijven terechtkomen.
  • Als je het systeem verduurzaamt, gaat de consument gezonder eten bij een gelijkblijvend uitgavenpatroon: meer plantaardig en vers, minder vlees en verwerkt, zo bleek in Denemarken.
  • Volgens recent onderzoek (The Lancet, 2019) is de overgang naar een meer plantaardig dieet dé manier om het klimaat te redden en de wereldwijde obesitas-epidemie te stoppen. En dat sluit perfect aan bij punt 5.
  • De kosten van slechte voeding voor de gezondheid moeten worden meegerekend in True Cost Accounting modellen. De kosten van alleen al obesitas bedragen wereldwijd al 3 biljoen dollar per jaar, meer dan de totale klimaat- en milieuschade van de voedselproductie.
  • Maak boeren in ontwikkelingslanden niet afhankelijk van peperdure agrochemische inputs, maar help ze om te kapitaliseren op bodemvruchtbaarheid, met een nadruk op de inzet van arbeid in plaats van kapitaal. Daarmee geef je ze een duurzaam businessmodel dat zorgt voor verbrede welvaart.
  • Verduurzaming van het voedselsysteem zorgt voor meer sociale samenhang in arme gebieden, revitalisering van het platteland en een gezonder politiek klimaat, zo blijkt uit projecten in Nederland, Spanje en elders.
  • Er is geen tijd voor uitstel, we moeten aan de slag met een “coalition of the willing”. De grootste bedreigingen voor de toekomst van de mensheid zijn het klimaat, de gezondheidscrisis en bodemvruchtbaarheid. Daar kunnen we met True Cost Accounting op focussen.

 

Debatverslag: de centrale vraag

De centrale vraag bij het grote Eosta-debat over True Cost Accounting[i] en de verduurzaming van het voedselsysteem, werd door koningin Máxima op tafel gelegd: hoe creëer je een duurzame business case rond ‘ware prijzen’ waarbij de extra kosten niet op de schouders van arme boeren en arme consumenten terecht komen?

In ontwikkelingslanden geven burgers nu tweederde van hun inkomen aan voedsel uit, in het Westen maar 10%. Als de prijs omhoog gaat, kan dat leiden tot ernstige politieke onrust, gaf Máxima aan. 'Kijk maar naar de Parijs', beaamde Felix Prinz zu Löwenstein, boegbeeld van de duurzame landbouw in Duitsland. 'De prijs van diesel is zeven cent omhoog gegaan, en overal zijn rellen uitgebroken.' Koningin Máxima knikte: 'Dat bedoel ik'.

Debatverslag in de Volkskrant

In het debatverslag dat de Volkskrant publiceerde (zie hier), focust journalist Pieter Hotse Smit op deze en soortgelijke vragen. De overheid en banken hebben een verantwoordelijkheid, daar was men het over eens, maar tijdens het debat bleek dat zij deze verantwoordelijkheid nog niet kunnen of willen nemen. Topbestuurders van ABN Amro Bank en ASR gaven in het debat aan dat hun bank ernaar streeft om duurzaamheid en True Cost berekeningen mee te laten wegen bij financieringsbeslissingen, maar dat dit nog in de kinderschoenen staat. Klaas Knot, directeur van de Nederlandse Bank, pleitte voor een sterkere rol van de overheid. Maar minister Schouten, ook aanwezig, hield dit af: ze bleef wijzen naar de consument, en benadrukte de onmacht van de overheid in Europees verband. Dit riep bij o.a. ondernemer Volkert Engelsman, activist Marjan Minnesma en hoogleraar Jaap Seidell groot ongeduld op: 'We kunnen niet blijven stilzitten. We zitten op een zinkend schip.' U kunt het hier nalezen: https://www.volkskrant.nl/kijkverder/2018/voedselzaak/artikelen/maxima-n....

Blauwdruk voor een succesvolle transitie

Wat in het Volkskrantverslag onderbelicht blijft, zijn de verschillende concrete oplossingen en ideeën die tijdens het debat ook op tafel kwamen. Tezamen vormen deze een beloftevolle blauwdruk voor een economische transitie die ook aan consumenten en boeren in ontwikkelingslanden ten goede komt. Als je True Cost Accounting op de juiste manier implementeert, gaan de externe kosten omlaag en verbetert de verbrede welvaart en volksgezondheid. Dat kan honderden miljarden opleveren. Bovendien keren inspiratie en zingeving terug in de economie, wat grote politieke effecten kan hebben, zoals de praktijk uitwijst.

Wordt het eten twee keer zo duur? Nee!

Uit berekeningen van de FAO, de wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties, blijkt dat de verborgen kosten van voedselproductie ongeveer even hoog zijn als de marktwaarde. Dat betekent dat het voedsel gemiddeld twee keer zo duur zou worden, als alle huidige verborgen kosten in rekening zouden worden gebracht aan consumenten. Maar dat geldt alleen als je alle kosten in rekening brengt aan consumenten, zonder het systeem te veranderen. Dat is juist wat we niet willen, benadrukte Volkert Engelsman. Hoe langer je wacht met verduurzamen, hoe hoger de kosten worden. 

Het is vele malen goedkoper om vervuiling en schade aan het begin van de keten te voorkomen, dan aan het eind van een lange productieketen de vervuiling op te ruimen en de schade te herstellen. Wat we willen is een verduurzaming van het hele systeem. Ingrijpen bij de start zorgt ervoor dat de verborgen kosten dalen. Dan kan de ware prijs van voedsel in theorie zelfs omlaag gaan.

De prijs van schadelijke inputs moet omhoog

Niet de prijs van het voedsel, maar de prijs van schadelijke inputs moet omhoog, zei Felix von Löwenstein. De overheid kan daarvoor zorgen. Zo heeft Zweden van 1984 tot 2009 een belasting geheven op kunstmest, omdat kunstmest de bodemkwaliteit en het milieu aantast. Deze belasting zorgde voor aanzienlijk minder kunstmestgebruik en voor gedeeltelijke vervanging van kunstmest door organische mest. Het geld dat zo’n heffing oplevert kan gericht worden ingezet om de voedselsector verder te vergroenen en verduurzamen. (Zweden heeft de heffing in 2009 opgeheven onder druk in crisistijd, maar er gaan veel stemmen op om hem weer in te voeren.)

Overheid moet zorgen voor de juiste economische prikkels

Volkert Engelsman vroeg minister Schouten indringend om de verdeling van de subsidies en belastingvoordelen aan te passen. Want die gaan nu naar fossiele brandstoffen (Shell boekte in 2018 weer een onbelaste recordwinst van 23 miljard dollar) en vervuilende technologieën. Daarmee subsidieert de overheid het probleem, in plaats van de oplossingen.

Jaap Seidell sloot zich aan: 'Als de overheid gezond voedsel stimuleert, net zoals nu de tabak wordt belast, verdien je dat als overheid terug. Maar op dit moment maken we het ongezonde dieet goedkoper dan het gezonde dieet.'

Seidell, Von Löwenstein en Engelsman kregen bijval van de directeur van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot. Die stelde vast dat er in de huidige economie geen prikkels zijn om te investeren in groene en klimaatvriendelijke projecten. Knot pleitte voor meer ingrijpen van de overheid, specifiek op het gebied van klimaat. De olie- en gasindustrie heeft nu namelijk voor miljarden aan 'stranded assets' op de balans staan, olie die niet eens mag worden opgepompt als we onder een catastrofale twee graden opwarming willen blijven. 

Ware prijzen: de consument gaat er in welzijn en gezondheid op vooruit

Dat een opgelegde verduurzaming (ofwel internalisering van verborgen kosten) mogelijk is zonder dat de kosten van levensonderhoud stijgen, bleek in Denemarken. In 2007 is in Kopenhagen besloten dat de hele voedselvoorziening van de Deense publieke sector in 2015 naar biologisch omgeschakeld moest zijn. Dit bleek mogelijk bij gelijkblijvende kosten. Het effect van de omschakeling was dat mensen meer vers voedsel gingen eten en minder vlees. Seidell: 'Als je de prijs verandert van externaliteiten, verandert ook het dieet.' En dat levert niet alleen een milieuvoordeel op, maar ook een grote verbetering in gezondheid en leefstijl.

Een grootschalige dieetomslag kan de gezondheid en het klimaat redden

Volgens recent gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek in The Lancet, dat wereldnieuws werd, is een overgang naar meer plantaardig voedsel dé manier om miljoenen doden te voorkomen en het klimaat te redden. De recente Nederlandse verhoging op de BTW van verse groente en fruit, die volgens breed wetenschappelijk inzicht zowel qua gezondheid als duurzaamheid het speerpunt zouden moeten zijn van ons voedselbeleid, is in dit licht een onvoorstelbare maatregel. Zie hier voor een artikel over de publicatie in de Lancet: https://www.theguardian.com/environment/2019/jan/16/new-plant-focused-di....

Letterlijk biljoenen winst te halen op gezondheid

Tijdens het debat wees hoogleraar Jaap Seidell erop dat de kosten van slechte industriële voeding voor de gezondheid hoger zijn dan de kosten van de totale milieuschade van de wereldwijde voedselproductie. 'Er is een epidemie van diabetes en andere ziekten die vermijdbaar zijn, veroorzaakt door leefstijl en dieet. De kosten van obesitas alleen al bedragen nu 3000 miljard dollar per jaar. Die kosten moeten meegerekend worden in de verborgen kosten van de voedselproductie. Dat gebeurt nu niet.' Ter vergelijking: de totale verborgen milieukosten van de voedselproductie bedragen volgens een FAO-rapport uit 2014 ongeveer 2100 miljard dollar jaar.

De armen worden het meest benadeeld door slecht voedsel  

Volgens Seidell worden juist de lage inkomensgroepen slachtoffer van slechte voeding, omdat het ongezondste voedsel (frisdrank, fastfood) nu het goedkoopste voedsel is, als gevolg van externalisatie. Seidell: 'Als je mensen in arme landen zoals Mexico slecht voedsel laat eten, is dat onbetaalbaar. In Mexico is het obesitasprobleem inmiddels nog erger dan in de VS. Het gaat niet alleen om de zorgkosten, maar ook om het enorme verlies van arbeidsproductiviteit.'

Seidell vervolgt: 'Datzelfde geldt voor de arbeidsomstandigheden in de landbouw. In Zuid-Afrika of India levert het werken met pesticiden veel gezondheidsproblemen op voor landarbeiders. Als je daar blind wordt, betekent dat een gigantische kostenpost. Daarom is het zo belangrijk om gezondheid mee te nemen. Nu ligt de nadruk vaak alleen op energie en milieu.'

Een verdienmodel voor arme boeren in ontwikkelingslanden

Koningin Máxima vroeg naar een werkend  businessmodel voor arme boeren in ontwikkelingslanden, waarin al deze aspecten zijn meegenomen. In het debat werd duidelijk  dat massaproductie van soja en palmolie in dit opzicht een desastreus model is.

Jaap Seidell: 'De massaproductie van soja en palmolie brengt het meeste geld op voor bedrijven. Daarom zit er nu palmolie en soja in alle bewerkte supermarktproducten. Maar het is ontzettend slecht voor de ecologie en het sociale weefwerk van de maatschappij in ontwikkelingslanden, en hier levert het ongezond voedsel op. Wanneer gezondheid wordt meegeteld met True Cost Accounting, wordt het meteen winstgevender om gezond voedsel te produceren.'

Nederlandse sojaprojecten leiden tot landroof en moord

Felix zu Löwenstein vulde aan dat de grote monoculturen in ontwikkelingslanden alleen winstgevend zijn voor de “happy few”. Arme mensen verliezen echter letterlijk hun bestaansgrond. De bodems en de leefomgeving worden aangetast. De zogenaamd duurzame sojaprojecten waar Nederland aan meewerkt in Brazilië leiden in de Amazone tot ontbossing, landroof en moord, zo bleek uit recente onderzoeksjournalistiek: https://www.groene.nl/artikel/duurzaamheid-is-slechts-een-verhaaltje.

Maak arme boeren niet afhankelijk van peperdure inputs

Het is daarom een denkfout, aldus Felix zu Löwenstein, om arme boeren in ontwikkelingslanden te willen ondersteunen door de Westerse agrochemische reuzen te subsidiëren: het resultaat is namelijk dat we die arme mensen afhankelijk maken van peperdure inputs, zaden en technieken die zijn ontwikkeld om met veel kapitaal en zo min mogelijk arbeid landbouw te bedrijven. Terwijl arbeid voor deze arme boeren juist goedkoop en in grote mate voorradig is, in tegenstelling tot kapitaal. In India hebben om die reden inmiddels al drie staten besloten om te schakelen naar 100% biologische productie: Sikkim, Mizoram en Kerala.

Oplossing: help arme boeren om te kapitaliseren op gezonde bodems

Volkert Engelsman, directeur van Eosta, suggereerde een oplossing, die hijzelf sinds de oprichting van Eosta in 1990 nastreeft: help boeren in ontwikkelingslanden om te kapitaliseren op gezonde bodems en deze in stand te houden met duurzame landbouwtechnieken zoals compostering. Dit zorgt voor minder externe kosten en – dankzij toegang tot de Westerse biologische markt – extra inkomen naast de lokale markt.

Eosta’s projecten met boeren in Kenia, Costa Rica en elders laten zien dat een dergelijke aanpak een hele gemeenschap kan verrijken en ontwikkelen. Zoals het biologische gember- en kurkumaproject van Aldo Ramirez in Peru, die van arme komaf is, maar dankzij zijn ondernemerschap en de samenwerking met Eosta zijn geboortestreek naar een hoger plan kan brengen. Op de website van Nature & More (www.naturandmore.com) zijn talloze voorbeelden te vinden.

Terugkeer van inspiratie, identiteit en zingeving

Een belangrijk effect van verduurzaming is een terugkeer van inspiratie, zingeving en identiteit in de economie. Volkert Engelsman van Eosta: 'Je kunt niet trots zijn op 20 hectare monocultuur van sojabonen in je dorp. Je kunt wel trots zijn op een mooi en duurzaam bedrijf dat de lokale gemeenschap op verschillende manieren verrijkt.'

Jaap Seidell vertelde dat hij voedselprojecten in de arme wijken van Nederlandse steden doet, die er niet alleen voor zorgen dat mensen gezonder en meer plantaardig gaan eten, maar dat er ook meer sociale samenhang ontstaat en dat mensen zich meer geworteld gaan voelen.

Grootschalige opleving van het platteland

Willem Ferwerda, die met Commonland wereldwijd grootschalig investeringsprojecten rond bodemherstel opzet, gaf een treffend voorbeeld. In de gortdroge hoogvlakte van Zuid-Spanje (Altiplano Estepario) heeft Commonland een project van 630.000 hectare, om de ernstig verarmde bodem te herstellen en de streek weer tot bloei te brengen. Hierbij zijn honderden boeren en ondernemers betrokken. Ferwerda: 'Dat project heeft een geweldig sociaal effect. Het platteland stroomt overal in Spanje leeg, maar op deze plek worden de mensen weer trots op hun streek en keren terug.'

Een remedie tegen extreemrechts populisme?

Het gevoel van verbondenheid dat verduurzaming oplevert, heeft zelfs een belangrijk politiek effect. Dat was te zien bij de regionale verkiezingen in Andalusië, die op 2 december 2018 werden gehouden. 'De nieuwe extreemrechtse partij VOX kreeg onverwacht 10% van de stemmen. Maar in de Altiplano Estepario kregen ze bijna geen stemmen. Er is dus een groot politiek effect.'

Een duurzame economische transitie kan zo de manier worden om de wereldwijde golf van politiek gebaseerd op angst en wantrouwen te beteugelen. Het gevoel van ontworteling en wantrouwen in de maatschappij, dat zich overal ter wereld politiek uit, heeft zijn wortels in het economische systeem van externalisatie.

Er is geen tijd meer voor uitstel

Minister Schouten bracht in het debat naar voren dat Europese regels en WTO-regels harde ingrepen belemmeren. Maar Marjan Minnesma, Peter Blom van Triodos Bank en andere sprekers hamerden erop dat er geen tijd meer is voor uitstel.

Marjan Minnesma: 'We moeten in 50 jaar naar nul emissie toe, als we een catastrofe willen vermijden. Het idee van zelfsturing in het bedrijfsleven proberen we al vijftien jaar. Dat werkt niet. Het is tijd voor echte maatregelen.'

Jaap Seidell: 'De Rabobank heeft becijferd dat de gezondheidskosten in 2030 niet meer op te brengen zullen zijn, als we op de huidige voet doorgaan. Dat is er ook geen geld meer voor andere dingen. We kunnen dan niet meer zorgen voor gezondheidszorg, en ook niet voor het klimaat. Dat is een somber toekomstbeeld.'

Peter Blom van Triodos Bank: 'We hoeven groen niet meer te promoten. Het is tijd om 'bruin' af te straffen. De groene economie kan zichzelf prima promoten. Harde maatregelen zullen helpen om de mindset te veranderen.  '

When the going gets tough, the tough get going

Volkert Engelsman pleitte daarom voor actie door een coalition of the willing van veranderaars: bedrijven, banken en NGO’s.

'We moeten focussen op onze circle of influence, op wat we wél kunnen doen. Verandering gaat altijd uit van een kleine minderheid, nooit van de grote massa. We hebben maar een klein 'window of opportunity' en daar moeten we gebruik van maken.'

Wie niet meegaat, loopt ernstig achter de feiten aan, besloot Engelsman. 'Het gaat er niet meer om of je gelooft in duurzaamheid of niet. Het gaat nu om de RAROCs van de financiële wereld, de Risk-Adjusted Returns on Capital. Die bepalen de kredietwaardigheid van bedrijven en overheden. Die bepalen waar het grote geld heen gaat stromen en hoe de toekomstige economie eruit ziet.'

'De grootste risico’s zijn het klimaat, de bodemvruchtbaarheid en de gezondheid. De biodiversiteit en sociaal kapitaal zijn ook belangrijk, maar veel ingewikkelder om te becijferen. Laten we in True Cost Accounting daarom nu onze prioriteit leggen bij klimaat, bodems en gezondheid. When the going gets tough, the tough get going.'

 

[i]True Cost Accounting en duurzaamheid

True Cost Accounting is een vorm van boekhouding waarbij de verborgen kosten voor milieu, mens en maatschappij (in economische termen: 'externe kosten') worden meegerekend in de balansen en winstberekeningen. Bij duurzame productie zijn die verborgen kosten per definitie lager – anders is er geen sprake van integrale duurzaamheid. Als je de verborgen kosten opneemt in de boekhouding, worden niet-duurzame bedrijfsprocessen duurder en worden duurzame producten relatief veel goedkoper. Zo worden bedrijven geprikkeld om duurzamer te gaan werken, terwijl consumenten worden geprikkeld om duurzamer te consumeren.

U bent hier