Artikel in NRC: "Maak de echte kosten en baten van voedsel transparant"

Vanaf eind deze week liggen bij Ekoplaza biologische peren van Nature & More in het schap met informatie over de True Cost of Food. Het is voor het eerst dat informatie over de verborgen kosten van voedselproductie op de winkelvloer wordt gedeeld. Daarom publiceerde NRC Handelsblad op maandag 18 april een opiniestuk van Volkert Engelsman (Eosta) en Peter Blom (Triodos Bank) over dit onderwerp, getiteld "Rekent u ook even de milieuschade af?"

In het stuk betogen Engelsman en Blom dat veel voedsel te goedkoop is, omdat de milieukosten en sociale kosten niet worden meegerekend en ook niet zichtbaar zijn. Zij pleiten er daarom voor om de echte prijs van voeding te laten zien op de winkelvloer. Dan wordt het de consument ook duidelijk dat duurzaam geproduceerd voedsel uiteindelijk goedkoper is dan gangbaar geproduceerd voedsel. In de woorden van Blom en Engelsman:

"Vanaf deze maand liggen in de Europese schappen bij peren, druiven en ananassen voor het eerst kaartjes die de echte prijs van voeding laten zien. In Nederland vind je ze vanaf half april bij de biologische van Ekoplaza en natuurvoedingswinkels zoals de Gimsel in de Groene Passage in Rotterdam. Op de kaartjes staat een bloem met zes bloemblaadjes, waarin in euro’s de maatschappelijke kosten zijn aangegeven voor klimaat, water, bodem, biodiversiteit, sociale cohesie en gezondheid. De bloem geeft zowel de kosten aan voor het biologische fruit, als voor de gangbare tegenhanger uit dezelfde regio.

Het belang van deze informatie is groot. Consumenten krijgen nu een verkeerd beeld van wat de voedselproductie eigenlijk kost als je de volledige maatschappelijk impact meeneemt. Ze kunnen daardoor in de winkel geen bewust duurzame keuze maken. Neem de productie van peren in Argentinië (veel peren in Nederland komen uit Argentinië). Voor de teelt van conventionele peren in Argentinië wordt kunstmest en pesticiden gebruikt. Die worden gemaakt met fossiele brandstoffen wat leidt tot uitstoot van kooldioxide. Tegelijkertijd hoeven boeren niet te composteren om de bodem vruchtbaar te houden, waardoor er in de bodem minder kooldioxide wordt opgeslagen.

In 2014 heeft de VN-voedselorganisatie FAO, samen met het Zwitserse onderzoeksinstituut voor de biologische landbouw FiBL, een methode ontwikkeld om de verborgen kosten van voedselproductie uit te rekenen. Het onderzoek resulteerde onder andere in een tabel met constanten, waarmee de kosten van watergebruik, watervervuiling, broeikasgasemissie en dergelijke berekend kunnen worden. Hierbij koppelt FAO bijvoorbeeld de uitstoot van 1 kilo broeikasgas aan een bepaald bedrag dat de daardoor veroorzaakte opwarming van de aarde gemiddeld  kost.  

Met deze methode heeft Eosta uitgerekend dat de verborgen klimaatkosten van een hectare gangbare perenboomgaard in Argentinië per jaar 3.144 euro zijn. De verborgen waterkosten door onder andere vervuiling vanwege pesticiden en waterverbruik zijn 752 euro, de kosten van bodemerosie zijn geraamd op 1.163 euro. De belastingbetaler draagt uiteindelijk de kosten die de overheid maakt voor bijvoorbeeld waterzuivering en subsidie op irrigatiewater. Of we schuiven de kosten door naar de toekomst, waar volgende generaties ze - met rente - alsnog moeten betalen.

Bij de teelt van biologisch geteelde peren in Argentinië zijn er ook verborgen kosten, maar die blijken een stuk lager te zijn. Eosta heeft de verborgen kosten uitgerekend voor de boomgaard van een van zijn biologische telers, Hugo Sanchez in de Rio Negro Vallei. Klimaatopwarmingkosten en waterkosten zijn in zijn geval samen jaarlijks 870 euro minder dan gangbaar.

Bij de bodem is er zelfs sprake van een maatschappelijke winst van 254 euro, omdat dankzij compostering en ondergroei de bodem wordt opgebouwd, in plaats van te eroderen. In totaal leveren de biologische peren zo een maatschappelijk voordeel op van minstens 2.287 euro per hectare boomgaard op - verborgen kosten voor biodiversiteit, gezondheid en sociale effecten zijn hier nog niet meegenomen. Per kilo leveren de biologische peren een voordeel op van minimaal 5,7 cent per kilo, ondanks een 17% lagere productie per hectare.

Al jaren komen NGO's en onderzoeksinstellingen met rapporten die de verborgen kosten van de gangbare voedselproductie aan het licht brengen. In 2005 publiceerde David Pimentel van Cornell University (USA) een eerste wetenschappelijk artikel over de verborgen kosten van pesticidengebruik in de VS. Die schatte hij op $ 10 miljard dollar, waaronder $ 1,1 miljard voor gezondheid en $ 2 miljard voor watervervuiling. In recente jaren heeft deze True Cost Accounting een vlucht genomen, doordat het bedrijfsleven zich graag wil profileren als duurzaam.

Eén ding gebeurt echter nog nergens: de cijfers over de ware kosten worden nog niet gedeeld met consumenten. Bedrijven houden de resultaten liever verborgen in dikke rapporten van de Afdeling Duurzaamheid. De onderliggende berekeningen en gebruikte methodes zijn geheim. Op productniveau is het voor de consument daardoor een black box.

Dankzij de door de FAO ontwikkelde methode kan iedere organisatie nu de verborgen kosten per product uitrekenen, indien de CO2-voetafdruk, watervoetafdruk en bodemerosie voor het product bekend zijn. Met de cijfers in het winkelschap komt de consument er dan al snel achter dat duurzame producten niet te duur zijn, maar dat gangbaar geproduceerd voedsel te goedkoop is.

Daarbij komt een onrechtvaardige eigenschap van onze huidige economie aan het licht: de consument die voor meer geld duurzaam inkoopt en daarmee de maatschappij geld bespaart, moet nog steeds evenveel via de belasting meebetalen aan afgewentelde kosten. Door de verborgen kosten van voedsel transparant te maken, kunnen we een begin maken om dit te veranderen en een gelijk speelveld creëren.

Ook om de winst en waarde van een bedrijf op lange termijn echt te kunnen bepalen, zou je daarin het waardeverlies voor de productiemiddelen - mens en planeet  -  moeten meenemen. KPMG ontwikkelde daartoe al de True Value methodiek, waarbij bedrijven hun waarde inclusief maatschappelijke waardecreatie in beeld kunnen brengen. Dit geldt nu nog als "extra", maar we verwachten dat dit in de komende jaren een integraal onderdeel zal worden van de relatie die een onderneming met de samenleving onderhoudt, een "license to operate."

Peter Blom, CEO en voorzitter van de Raad van Bestuur

Volkert Engelsman, Algemeen Directeur Eosta"
 

U bent hier